Francien Krieg: fascinatie voor het lichamelijke
Grote doeken met naakte lichamen, steeds vanuit wisselend gezichtspunt.De lichamen gaan een spel aan met de ijle achtergrond, zonder opsmuk. Het zijn momentopnamen; op sommige doeken maken de figuren een roerloze indruk, op andere lijkt hun activiteit even stilgezet. Beweging en tijd spelen een intrigerende rol in de schilderijen van de Haagse kunstenares Francien Krieg.
Van 21 juli tot 3 september 2006 is haar werk te zien in Galerie/Boekhandel Buddenbrooks in Den Haag.
Francien Krieg (32) studeerde af in de richting Monumentale Vormgeving aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, voordat ze zich op schilderen ging toeleggen. Ze volgde daarna de Vrije Academie in Den Haag en een masterclass van Bert Osinga op de Wackers Academie in Amsterdam. Haar werk was te zien op exposities in galeries in onder meer Amsterdam, Utrecht, Wroclaw (Polen) en Antwerpen.
Je studie monumentale vormgeving vind ik nog steeds merkbaar aanwezig in je schilderijen. ‘Ja, mijn werk heeft een monumentaal karakter. Ik was op de Koninklijke Academie al bezig met onderzoek van lichaamsfuncties, maar ik werkte dat destijds uit in vlees-objecten, installaties en films. Waarschijnlijk was dat een typische academie-periode, ik begreep later dat veel kunstenaars een dergelijke draai in hun loopbaan doormaken. Ik werd destijds geïnspireerd door Kiki Smith en later enigszins door Lucian Freud. Echt favoriete schilders heb ik nooit gehad. Eigenlijk maar goed ook, want anders ga je je voorbeelden imiteren.’
Lucian Freud schildert vaak personen uit zijn eigen omgeving (daarnaast brengen zowel hij als Smith een beklemming over op de kijker). Heeft jouw werk autobiografische elementen? ‘
Ja, want ik schilder voornamelijk mezelf. Ik wil letterlijk zo dicht mogelijk op de huid zitten. Ik schilderde de figuren heel lang zonder hoofd, heel onpersoonlijk, het maakt dan niet uit wiens lichaam het is. De figuur op het doek werd op een bepaald moment dermate gedeformeerd dat ik koos voor een andere aanpak. Nu ga ik eigenlijk terug naar mezelf. Er zijn voor het eerst weer hoofden en gezichten te zien, er is oogcontact. Die omschakeling is een natuurlijk proces, ik beredeneer het niet. Ik vermijd het theatrale element. Ik doe een plastisch onderzoek; ik bekijk mijn eigen lichaam van alle kanten. Ik heb een fascinatie voor het lichamelijke.’
Zet je het schilderij op vanuit een tekening? ‘
Soms wel, soms niet. Ik gebruik ook veel foto’s van mijn eigen lichaam. Ik maak dan vervolgens weer schetsen, om bepaalde elementen zonodig te corrigeren. Ik heb die schetsen en foto’s echt nodig, zeker bij een gezichtspunt uit een rare hoek. Het ziet er in het echt altijd anders uit dan dat je het kunt bedenken; bij die ongebruikelijke perspectieven krijg je zulke rare vervormingen. Ik ben steeds bezig met overdrijven of uitvergroten van het perspectief, maar het moet wel altijd gerelateerd blijven aan de werkelijkheid. Overigens gaat het doek ‘Cirkel of Bodies’ toch de theatrale kant op, met de dreigende sfeer die ik erin gelegd heb. Je ziet ineens vier lichamen op je neerkijken. Maar dat soort doeken heb ik alweer achter me gelaten.’
In je werk speelt de compositie een belangrijke rol. De doeken krijgen volgens mij een spannende ondertoon door de restvormen: de kruisvorm in ‘Cirkel Of Bodies’ geeft de figuren op het doek een relatie met de omgeving.
‘Dat doe ik nu meer als voorheen. In 2001 begon ik op de schilderijen met lichaamsonderzoek. Ik schilderde eerst de figuur en dan de achtergrond. Ik werkte heel erg met een gelaagde achtergrond, die ik vervolgens gedeeltelijk wegschraapte. Daarna werkte ik juist een paar jaar vanuit de achtergrond naar de voorgrond; ik was veel meer bezig met de huid van het schilderij. Vroeger schilderde ik ook grover. Nu gebruik ik een fijnere kwast. Ik werk transparanter en veel meer ‘naturel’, ook in de lichamen. De achtergrond blijft een belangrijk element van het schilderij en houdt veel meer in dan louter invullen van de ruimte tussen en om de figuren.‘
In hoeverre speelt het toeval een rol bij je werk?
‘Ik maak graag gebruik van wat er tijdens het schilderen gebeurt. Ik beslis op het moment zelf of ik ergens overheen ga, of ik een bepaalde kant wel of niet opga.’
Op je website presenteer je tekeningen en kleine doeken ook los van de grote werken. Of staan ze helemaal ten dienste van je grote schilderijen?
‘De tekeningen zijn niet allemaal schetsen voor mijn schilderijen. Ik maak doorlopend kleine doeken, waarin ik dingen kan uitproberen. Klein werk verkoopt vaak beter. Mijn grote passie ligt echter bij de grote doeken! Misschien speelt daar toch mijn achtergrond met monumentaal werk mee. De formaten van mijn doeken hebben ook met mijn atelierruimte te maken. Nu kan ik doeken van maximaal circa 2 bij 2 meter maken, maar in een groter atelier ga ik ook op nog grotere formaten gaan werken. Ik krijg uiteenlopende reacties op mijn werk. Omdat ik naakten schilder, associëren sommigen mijn werk met pornografie. Ik kan me soms wel kwaad maken als ik in het openbaar posters zie hangen waarop vrouwenlichamen echt geëxploiteerd worden. Ik heb geen erotische bedoelingen met mijn werk. Daarop zie je eigenlijk alleen naakte lichamen en vanuit zulke hoeken, dat het totaal niet prikkelend is. Ik probeer wel een sfeer in mijn werk te leggen, maar ik vermijd overbodige versiering. Mijn werk moet voor zich spreken. Er zijn ook totaal andere reacties. Japanse mensen hadden werk van mij op een website gezet en wilden toch enige uitleg Japanse vrouwen voelden zich zeer gesteund door mijn werk; ze vonden het bevrijdend hoe ik met het lichaam omging. In Japan kent men veel meer taboes over het lichaam. Ik vind die reacties te gek. Dat ik zoiets kan losmaken! Wie weet ga ik nog eens naar Japan!’
De facetten beweging en tijd, zoals op doeken als ‘Moving Forward’ en ‘2 Steps Over’, lijken een richting voor nieuwe ideeën aan te geven, die in de buurt komen van filmtaal (ook een visuele kunstvorm): ‘De relatie tussen mensen in de samenleving houdt me erg bezig. Stel: ik loop nu buiten op straat, maar vijf minuten geleden liepen er totaal andere mensen op dezelfde plek, dat wil ik nog eens vastleggen in een schilderij. Je steekt over, maar vijf seconden eerder was je wellicht aangereden. Wat mij verder enorm fascineert is de spirituele wereld; het fysieke lichaam versus de geest.’ Wim van Cleef , verscheen in pulchri blad nummer 3
Tentoonstelling Galerie/boekhandel Buddenbrooks, Noordeinde 160, Den Haag, tot en met 3 september 2006. Er is ook veel werk te zien op haar website (www.francienkrieg.exto.nl)